zorgeloos onderweg zijn, het gevoel van ronddwalen en misschien wel verdwalen, in de lucht staren en niet zien waar je voeten je naar toe brengen.
neus in de wind, hoofd omhoog
passen, stil verzet
van niets doch alles dat in mij bewoog
net als de witte schepen die het blauw doorbreken
de marcherende moed beproefd
zo immens in de bovenste streken
op eenzame hoogte, van elk geluid ontdaan
tuur ik omhoog en om hun,
hoog bewogen, in hun lot begaan
van trots schip tot piraat van de lucht,
met bliksem bewapend
de hemel vaart, en ik die vlucht
onbegonnen, ben ik onbemand verzonnen
mijn pezen patrouillerend
onwetendheid in colonne
de dag der deugd passeert
feiten afslaand
waar zorgeloos verweert
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment